Portimão -  Geschiedenis
 
Praia de Rocha vroeger
 

De streek heeft al in de prehistorie bewoners aangetrokken. De Conii, beinvloed door Tartessos en Kelten, leefden in de Algarve gedurende lange tijd.
De monding van de rivier Arade bezit een veilige natuurlijke haven. Foeniciers, Grieken en Karthagers dreven hier handel. De Karthagers stichtten hier Portus Hanibalis — Portimão — ongeveer 550 BC.


Daarna bezetten de Romeinen het overwegend Keltische gebied.
In de 5de eeuw, bewoonden de Visigoten de Algarve tot aan de Moorse invasie.
Gedurende de Moorse heerschappij van 711 tot 1249 werd de plaats Bjur Munt genoemd. Stroomopwaarts ligt Silves, een historische stad die toentertijd Xelb heette en hoofdstad van de Algarve.
Silves, Alvor en de kleine visserijhaven Portimão werden in 1249 door de Cavaleiros da Ordem de Santiago op de Moslims veroverd en geïntegreerd in de Portugese troon die bezet werd door Dom Afonso III, de “Koning van Portugal en de Algarve ".
De optimale geografische ligging van Portimão had een grote economische ontwikkeling tot gevolg die in 1453 ertoe voerde dat de plaats de status van kleine stad “Vila” kreeg. De bewoners waren er zich sinds het begin van bewust dat het noodzakelijk was om stadsmuren te bouwen en de stad te beveiligen. Bovendien werden nog twee forten gebouwd, São João in Ferragudo en Santa Catarina in Praia da Rocha, om zich tegen de aanhoudende aanvallen van korsaren en piraten te verdedigen.
De economie in Portimão draaide om alles wat met de zee van doen heeft. Goederen en mensen die naar de andere oever van de rivier getransporteerd moesten worden maakten gebruik van een boot die voor anker lag in Largo de Barco. Totdat de brug gebouwd werd, 400 jaar later, was dit de enige mogelijkheid om de rivier over te steken. In 1463 geeft Koning Dom Afonso V, toestemming, na een petitie door enige bewoners, om een nieuwe nederzetting te bouwen met de naam S. Lourenço da Barrosa. Zo ontstond het nieuwe stadscentrum van Portimão. In 1476 geeft Afonso Vila Nova de Portimão aan zijn financiële opzichter D. Gonçalo Vaz de Castelo Branco ten geschenke. Het behoort de familie toe tot in de 17º eeuw.
De scheepsbouw was uitermate belangrijk voor de ontwikkeling van de stad. De bedrijfstak word in talloze koninklijke documenten aangehaald, bijvoorbeeld in een protocol voor het vellen van bomen dat in 1563 door D. Sebastião getekend word. In 1573 bezoekt de koning Portimão. Hij brengt er de nacht door en neemt deel aan een Heilige Mis in het Convento de São Francisco.

Vanuit de haven werden plaatselijke producten verscheept zoals vijgen, wijn, bezems, olijfolie en vis. Het was bovendien een omslagplaats voor slaven en suiker uit de Afrikaanse kolonies en Brazilië.
De ontwikkeling komt ten einde in de 17º en 18º eeuw. Het gebrek aan arbeidsplaatsen in 1734 brengt velen ertoe de stad te verlaten. Een situatie die zich in 1758 herhaald, deze keer wegens de slechte toestand waarin zich de stad bevond na de grote aardbeving van 1755. De hoofdkerk was verwoest en 15 kleine kapellen in de omgeving waren ernstig beschadigd.
Ook de stadsmuur had grote schade geleden, niet alleen door de aardbeving maar ook door het geweld van de grote vloedgolven die erop volgden. De beschadigde burcht Santa Catarina werd op bevel van graaf Val de Reys in 1792 en 1794 hersteld. Twintig jaar na de aardbeving wilde Marquês de Pombal

Portimão tot een bisdom maken. Daartoe verleende hij Portimão de status van stad maar koningin D. Maria I was er tegen en het zou tot 1924 duren totdat Manuel Teixeira Gomes, de toenmalige president van de republiek en geboren in Portimão, de plaats officieel tot stad verhief.
In de 19º eeuw wordt de stad die inmiddels omgedoopt is in Portimão, beheerst door de visconservenindustrie. Ze wordt een van de belangrijkste centra van visserij en visverwerking in de Algarve totdat in het begin van de 19tachtiger jaren, gedwongen door de recessie, de fabrieken voorgoed de deuren sloten.
Tegen het einde van de 19º eeuw kwamen al veel bezoekers om te genieten van het strand in Praia da Rocha en Santa Catarina. Ze werden ondergebracht in huizen langs de kust. Het aantal bezoekers neemt steeds toe en er worden vakantiehuizen en chalets gebouwd. In het begin van de 20º eeuw wordt hotel Viola, het eerste hotel, gebouwd en op 1 augustus 1910 opent het casino van Praia da Rocha, waar de adel uit het zuiden van het land en uit het Spaanse Andalusie zich graag laat verwennen. Een nieuwe fase van aanhoudende vooruitgang breekt aan en overal ziet men tekens van groeiende rijkdom. Het hotel wordt te klein en in 1932 uitgebreid.
Een tweede wordt noodzakelijk en hotel Bela Vista opent in 1936. Het aantal toeristen werd dan ook geschat op niet minder dan duizend per jaar…
 
Geschiedenis van de steden: Albufeira, Alcoutim, Aljezur, Castro Marim, Faro, Lagoa, Lagos, Monchique, São Brás de Alportel, Silves, Tavira, Vila do Bispo, Vila Real de S. António, Azulejos.