Silves - De Legende van Dona Branca |
In de tijd dat de Moren tegen de Christenen vochten, regeerde in Silves een intelligente en moedige Moorse koning; Ibn-Arran was zijn naam. In een regenachtige nacht, had hij een buitengewone droom. De droom begon als een nachtmerrie, met onweer en vampiers, maar veranderde dan in een visioen van engelen en muziek. Tegen het einde zag hij het gezicht van een mooie vrouw die een kruis droeg aan een gouden ketting. De volgende dag, raadpleegde Ibn-Arran de fee Alisa die hem onthulde dat zijzelf hem de droom had gezonden en dat zijn leven op het punt stond te veranderen. Zij overhandigde hem twee twijgen, één van mirte en een van de laurier. Zolang zij groen waren, zei ze, zou hem liefde, respectievelijk roem beschoren zijn. Zij vertelt hem dan om naar het Klooster van Lorvao te gaan omdat de vrouw die hij in zijn droom had gezien daar wachtte. Amor had haar uitverkoren om zijn geliefde te zijn. Haar naam was Branca, prinses van Portugal. Ibn-Arran, vermomd als kluizenaar, kon het klooster binnendringen en zodra hij haar zag was hij overweldigd door haar schoonheid. De Moorse koning keerde haastig terug naar Silves, verzamelde zijn strijdmacht en ontvoerde de prinses. Branca en Ibn-Arran hielden veel van elkaar. De mirtetwijg bleef groen, totdat D. Afonso III, koning van Portugal en de vader van Branca, de stad Silves veroverde. Ibn-Arran sneuvelde roemrijk in de slag. In zijn handen vonden ze een verdroogde mirtetwijg en een twijg met groene laurierbladeren. |
|
|