Ria de Alvor is een product van het samenvloeien van vier kleinere riviertjes die ontspringen op de zuidelijke berghelling van de Serra de Monchique en dit resulteert in een wijde en complexe riviermonding, beschermd tegen de oceaan door twee zandplaten met permanente duinen.
Het beschermde gebied ligt tussen Alvor, Mexilhoeira Grande, Figueira en Odiáxere. De 1400 hectares bestaan uit een kustlagune (riviermonding), kwelders, duinen, zoutpannen en de schiereilanden van Abicada en Quinta da Rocha met hun gemengde habitat van struikgewas, bos en agricultuur. Het is het laatste niet ontwikkelde gebied aan de kust van de westelijke Algarve en heeft een belangrijke ornithologische positie in de Atlantische trekvogelcorridor.
Ria de Alvor maakt deel uit van de routes der trekvogels. Meer dan zeven miljoen vogels trekken seizoensgewijs naar noord Europa en het Afrikaanse continent over de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee.
|
Veel van die vogels hebben Ria de Alvor als tussenlanding en benutten de bestaande habitat om te eten, als een toevluchtsoord om te rusten en, tenslotte, om te nesten.
Gedurende de verschillende seizoenen is het een komen en gaan van verschillende vogelsoorten die dezelfde plaatsen delen. Ria de Alvor heet jaarlijks meer dan 150 soorten trekvogels welkom. |